Thee is na kleding en textiel de grootste exportsector van Sri Lanka en bepaalt het gezicht van het hele bergland. De heuvels tussen Kandy, Nuwara Eliya en Haputale liggen onder een deken van laaggehouden struiken, doorsneden door smalle plukpaden, met hier en daar een fabriek van golfplaat en een rij witgekalkte arbeidershuizen. Het is ook de sector waar de geschiedenis van het eiland het duidelijkst aan de oppervlakte ligt, van de Britse planters tot de plukkers die nu nog geen vijf euro per dag verdienen.
Thee in Sri Lanka
Hoe het begon: koffie, roest en een Schot
Ceylon was tot ver in de negentiende eeuw een koffie-eiland. Op het hoogtepunt, rond 1870, ging er honderdachttien miljoen pond koffie de haven uit, van bijna driehonderdduizend hectare in het bergland.
In 1869 dook op een plantage bij Madulsima een schimmel op, Hemileia vastatrix, in de plantersfolklore Devastating Emily genoemd. Binnen zeventien jaar was de koffie-uitvoer met tachtig procent gekelderd en rond 1890 was negentig procent van de koffieteelt opgegeven. Plantages wisselden voor een kwart van hun waarde van eigenaar. James Taylor was toen al bezig met het alternatief. Hij kwam in 1852 als zeventienjarige Schot naar Ceylon, werd manager op Loolecondera Estate bij Kandy en plantte daar in 1867 negentien acres thee, ruim zeven hectare, met zaad uit Assam. In 1872 bouwde hij er een echte fabriek bij. Zijn eerste zending naar de Londense veiling woog drieëntwintig pond.
De cijfers daarna zijn indrukwekkend: 4.700 acres thee in 1878, 32.000 in 1883, en in 1888 was thee het koffieareaal al voorbij. Aan het einde van de eeuw stond er vierhonderdduizend acres. Taylor zelf werd in 1892 van zijn landgoed ontslagen en stierf datzelfde jaar in Kandy. De put, de stenen zitbank en de theeoven van Loolecondera staan er nog en zijn beschermd monument. Zijn machines staan in het Ceylon Tea Museum in Hantana, net buiten Kandy.
Lipton
Thomas Lipton was een kruidenier uit Glasgow met driehonderd winkels, die in 1888 op weg naar Australië langs Ceylon voer. Twee jaar later kocht hij er plantages, met een simpel idee: door zelf te telen kon hij de tussenhandel overslaan en thee verkopen aan mensen die zich die tot dan toe niet konden veroorloven. Zijn bekendste aanwinst is Dambatenne Estate bij Haputale, gesticht in 1890, met wat nog altijd de langste theefabriek van het land is. Het landgoed beslaat 873 hectare, waarvan 376 hectare thee, tussen de 1.560 en 1.970 meter hoogte, en levert bijna een miljoen kilo per jaar. Zijn bungalow staat er nog. Taylor maakte de thee, Lipton maakte er een massaproduct van. Het verhaal dat de twee samenwerkten is populair maar slecht gedocumenteerd; Taylor werd juist in het jaar van Liptons doorbraak van zijn landgoed gezet.
Liptons Seat
Boven Dambatenne ligt op 1.970 meter het uitzichtpunt waar Lipton volgens de overlevering zijn bezit overzag. Op een heldere ochtend kijk je uit over meerdere provincies, tot aan het Udawalawe-meer.
Vanaf Haputale is het dertien kilometer. Er rijdt een bus naar de theefabriek, en vanaf daar is het nog vijf tot zeven kilometer klimmen over een verharde weg, anderhalf tot twee uur lopen. Een tuktuk brengt je vanaf Haputale voor 800 tot 1.500 roepie naar boven. De populairste manier is omhoog rijden en terug naar beneden lopen, dwars door de theevelden langs de plukkers. De entree is 500 roepie per persoon, plus een klein bedrag voor parkeren. Het uitzichtpunt gaat rond half zes open.
Wees er bij zonsopgang. Vanaf een uur of negen trekt het meestal dicht met wolken en zie je niets meer dan wit. En kom niet op zondag: dan wordt er niet geplukt en staan de velden leeg.
De zeven theestreken
Sri Lanka deelt zijn theegebied in zeven streken in, en het verschil zit in de hoogte. Boven de 1.200 meter heet het high grown, tussen 600 en 1.200 meter mid grown, daaronder low grown. Hoger betekent langzamer groeien en een lichter, fijner kopje; lager betekent sneller groeien en een vollere, krachtiger thee. Nuwara Eliya ligt het hoogst en levert de lichtste en bleekste Ceylonthee, goudkleurig en bloemig. Uva, tussen 1.000 en 1.600 meter, dankt zijn typische aroma aan de droge moessonwind die daar in juli tot september staat. Dimbula, boven 1.250 meter, is verfrissend en mild en op zijn best in januari tot maart. Uda Pussellawa is donkerder en pittiger.
Kandy is de enige mid grown streek: koperkleurig, stevig en vol. Ruhuna en Sabaragamuwa in het zuidelijke laagland leveren donkere, krachtige thee met karamelzoete tonen.
Die laagland-thee is inmiddels veruit de grootste: ruim zestig procent van de productie, en tegelijk de duurste op de veiling van Colombo, vooral door de vraag uit het Midden-Oosten en Rusland. De lichte hooglandthee waar het imago van Ceylon op rust, is in volume juist de kleinste categorie.
Wat de letters op het pak betekenen
De afkortingen op een pak Ceylonthee zeggen iets over de bladgrootte, niet over de kwaliteit. Dat is een hardnekkig misverstand.
OP staat voor Orange Pekoe: heel blad, lang en gedraaid, met een licht en delicaat kopje. Het woord orange verwijst niet naar sinaasappel maar waarschijnlijk naar het Huis van Oranje. BOP is Broken Orange Pekoe, gebroken blad van middelmaat, helder en rijk, en de klassieke Ceylonthee die je in Nederland het vaakst tegenkomt. FBOP heeft grover gebroken blad met tips, de jonge knopjes, en is zachter. Fannings zijn kleiner en trekken snel; die gaan in theezakjes. Dust is de fijnste fractie, zeer sterk, en in het Midden-Oosten juist gewild voor melkthee. De verwerking is in Sri Lanka nog grotendeels orthodox: verwelken, rollen, oxideren, drogen en zeven, in vijf stappen die samen bijna een etmaal duren. De machinale CTC-methode maalt het blad tot korrels en gaat veel sneller, maar levert minder aroma. Het verkoopargument van Ceylonthee rust op die ambachtelijke verwerking, al groeit CTC hard: in het eerste kwartaal van 2026 lag de CTC-productie drieëntwintig procent boven het jaar ervoor.
Een fabriek bezoeken
Vrijwel elke theestreek heeft een fabriek die bezoekers ontvangt, en de rondleiding is overal ongeveer hetzelfde: de verwelkingstroggen op de bovenverdieping, de rolmachines, de oxidatieruimte, de oven en de zeefinstallatie, afgesloten met een proeverij en een winkel. Dambatenne bij Haputale is de klassieker, met de Lipton-geschiedenis erbij. De rondleiding kost 250 roepie en duurt een half uur; binnen mag je niet fotograferen. Op zondag en maandag draait de productie niet. Pedro Estate, drie kilometer van Nuwara Eliya, vraagt 250 roepie voor de rondleiding en 150 voor de proeverij. Damro Labookellie aan de weg tussen Nuwara Eliya en Ramboda, het vroegere Mackwoods, doet de rondleiding en een kop thee gratis en verdient aan de winkel.
In het zuiden, twintig kilometer van Galle, ligt Handunugoda. Daar wordt low grown thee gemaakt en de bekende virgin white tea, die met een schaartje wordt geknipt zodat er geen hand aan te pas komt. De rondleiding is gratis, thee en cake inbegrepen, en een fooi is gebruikelijk. Houd er rekening mee dat geen enkele fabriek op zondag draait. Je ziet de machines dan stilstaan.
De plukkers
De vrouwen die je met een zak op de rug tussen de struiken ziet lopen, zijn vrijwel allemaal Malaiyaha Tamils, ook wel bergland-Tamils genoemd. Hun voorouders zijn tussen 1823 en 1849 en daarna uit Zuid-India gehaald als contractarbeiders, eerst voor de koffie en later voor de thee, via een systeem van schuldbinding. Alleen al tijdens die eerste tochten kwamen naar schatting honderdzestigduizend mensen om.
Bij de onafhankelijkheid in 1948 werden ze staatloos gemaakt. Een verdrag met India uit 1964 stuurde ruim een half miljoen van hen terug naar een land waar ze nooit hadden gewoond. Volledige burgerrechten kwamen pas in 2003. Ze wonen voor een groot deel nog in de line rooms uit de koloniale tijd en vormen de armste bevolkingsgroep van het land. Het dagloon is jarenlang inzet van strijd geweest. Van vijfhonderd roepie naar duizend in 2021, daarna een toezegging van 1.700 die door de rechter werd geschorst, en uiteindelijk 1.350 plus een toeslag per extra kilo. Sinds 1 januari 2026 staat het op 1.750 roepie per dag, ongeveer vijf euro, maar dat bedrag bestaat uit 1.550 van de werkgever en 200 van de staat, en die laatste tweehonderd krijg je alleen als je die maand vijfentwintig dagen hebt gewerkt. Wie door regen of cycloonschade minder dagen maakt, houdt 1.550.
Dat is goed om te weten voordat je in een fabriekswinkel een blik thee koopt.
Het kunstmestverbod en cycloon Ditwah
Twee klappen bepalen hoe de sector er nu voor staat. In april 2021 verbood de regering van de ene op de andere dag de invoer van kunstmest, met biologische landbouw als motief en een tekort aan deviezen als werkelijke aanleiding. Het verbod werd in november alweer teruggedraaid, maar theestruiken reageren met vertraging. De productie zakte in 2022 naar 251,5 miljoen kilo, zestien procent minder dan het jaar ervoor en het laagste niveau in twee decennia. In 2025 stond de teller weer op 264 miljoen kilo, nog altijd ver onder de piek van 340 miljoen kilo in 2013.
Cycloon Ditwah trof het bergland eind november 2025 en werd de zwaarste ramp in decennia, met meer dan zeshonderd doden, waarvan het merendeel in de theestreek zelf. Landgoederen rond Thalawakelle en in Uva verloren veertig tot zestig procent van hun struiken en duizenden plukkers raakten dakloos.
De gevreesde instorting van de oogst bleef uit. Geen enkele fabriek liep schade op en de veiling in Colombo draaide door. In het eerste kwartaal van 2026 lag de productie vier procent onder het jaar ervoor, in juli nog maar één procent. De schade zit vooral in de wegen en de huizen, en in de spoorlijn naar Kandy, die er nog steeds uit ligt. Meer daarover staat bij de treinrit van Kandy naar Ella.
Thee kopen en meenemen
In een gewone supermarkt in Colombo kost een pak van tweehonderd gram tussen de 490 en 700 roepie, omgerekend anderhalve tot tweeënhalve euro. Een cadeaudoos van vierhonderd gram loopt op tot ruim vierduizend roepie. In fabriekswinkels en toeristenzaken betaal je een veelvoud, maar krijg je wel single-estate thee en specialiteiten als silver tips die in de supermarkt niet liggen.
Let op het leeuwenlogo met de tekst Pure Ceylon Tea. Dat mag alleen op verpakkingen met honderd procent Ceylonthee die in Sri Lanka zelf zijn afgevuld en aan de normen van de Tea Board voldoen. Voor de bagage geldt geen kilolimiet op thee. Gedroogde, verpakte thee mag gewoon mee naar de Europese Unie; verse planten en stekken niet. Wat wel streng geregeld is: antiek, edelstenen, wilde kaneel, hout en beschermde soorten. Wil je de streek zien zonder zelf een auto te regelen, dan vertrekken er dagexcursies langs de plantages en fabrieken vanuit Ella en Nuwara Eliya.
Veelgestelde vragen
-
Waarom heet het Ceylonthee en niet Sri Lankaanse thee?
Omdat het eiland tot 1972 Ceylon heette. De naam is als merknaam blijven bestaan; het leeuwenlogo met de tekst Pure Ceylon Tea mag alleen op verpakkingen met honderd procent in Sri Lanka verpakte thee.
-
Wanneer is de theeteelt in Sri Lanka begonnen?
In 1867, toen de Schot James Taylor op Loolecondera Estate bij Kandy ruim zeven hectare thee plantte. Twee jaar later verwoestte de koffieroest de koffieteelt, waarna planters massaal op thee overstapten.
-
Wat is Liptons Seat en hoe kom je er?
Een uitzichtpunt op 1.970 meter boven de Dambatenne-plantage bij Haputale. Vanaf Haputale is het dertien kilometer; een bus brengt je naar de theefabriek en vanaf daar is het nog vijf tot zeven kilometer klimmen. De entree is 500 roepie.
-
Hoe laat moet je bij Liptons Seat zijn?
Bij zonsopgang. Vanaf een uur of negen trekt het meestal dicht met wolken. Kom niet op zondag, want dan wordt er niet geplukt en staan de velden leeg.
-
Welke theefabriek kun je het beste bezoeken?
Dambatenne bij Haputale is de klassieker, met de Lipton-geschiedenis erbij, voor 250 roepie. Pedro Estate bij Nuwara Eliya vraagt hetzelfde en Damro Labookellie doet de rondleiding gratis. Geen enkele fabriek draait op zondag.
-
Wat verdient een theeplukster in Sri Lanka?
Sinds 1 januari 2026 staat het dagloon op 1.750 roepie, ongeveer vijf euro. Dat bedrag bestaat uit 1.550 roepie van de werkgever en 200 van de staat, en die laatste tweehonderd krijg je alleen bij vijfentwintig gewerkte dagen in een maand.